Tinker Paarden

Tinker paarden

De tinkers zijn de paarden van het rijdende volk uit Ierland. In ons land worden de tinkers steeds populairder, door hun opvallende bonte kleuren en hun rustige karakter. Ze zijn betrouwbaar, geduldig, vriendelijk, onverschrokken, leergierig, zacht en belastbaar. (zijn erg sterk) Dit maakt hun zeer geschikt voor vele doeleinden.

  • De Recreatieruiter: ze zijn verkeersmak en schrikken bijna nergens van.
  • De beginnende ruiter: ze schieten er niet in een keer vandoor en hebben een lekkere brede rug waar je niet zo snel van af glijdt.
  • Als menpaard, hier is hun oorsprong uit ontstaan, dit vinden ze prachtig: als therapie paarden, door al hun goede eigenschappen.

Er zijn vier verschillende tinkers, maar die wij zelf hebben is type c de cob. Onze Tinker’s Type C – Romany Cob:

Strikt genomen bestaat de Sectie C Romany Cob langer dan de Vanner. Voordat de Roma zigeuners de Vardo als “leef wagens” gingen gebruiken, waarmee ze sindsdien werden geassocieerd, reisden de Zigeuners over de wegen van Britannië met karren waarop ze hun bezittingen en tenten vervoerden. Voor deze klus was een kleiner paard gewenst.

Eerst werden de Dales en Fell pony’s, overvloedig aanwezig op veilingen en paardenmarkten in het Noorden van Engeland, gebruikt en af en toe gekruist met zwart of anderszins bonte paarden. Al snel werden de bonte exemplaren de favoriete kleur van de toch al kleurrijke Zigeuners. Toen de Roma overstapten op het gebruik van woonwagens waren de kleinere Romany Cobs nog steeds in de meerderheid.

Ze waren niet alleen goedkoper en beter te verhandelen, maar ook werden zij gebruikt om van het (zigeuner-) kamp naar de stad te rijden, om waren van deur tot deur uit te venten.

Toen eenmaal de Bow Top wagens in de mode kwamen, werden de Romany Cobs weer voor hun oorspronkelijke doel gebruikt, omdat ze sterk genoeg waren om de met canvas huif bedekte wagens te trekken.

De Romany Cob’s waren werklieden onder de pony’s, waren zelden groter dan 1.45 M. en konden zelfs 1.33 M. klein zijn. Spoedig ontwikkelden ze zich tot hét werkpaard onder alle andere reizigers, lompenhandelaars, straatventers en rondreizende handelaars in heel Groot Brittanië.

In sommige delen van landelijk Engeland en Ierland worden deze paarden nog steeds gebruikt om met lichte karren lompen en rommel in te zamelen, zoals dat zo populair was in de jaren 1880 tot aan de tweede wereldoorlog. Toen werden deze paarden per dag verhuurd aan dergelijke lompenhandelaars.

Deze Cobs zijn veruit de meest voorkomende onder de Roma paardentypes en de voordeligste in aanschaf. In Groot Brittanië worden ze verhandeld door de Roma, Didikais ( “niet” zigeuners) en overige paardenhandelaren.

Hoewel veel Ierse reizigers (let wel: geen zigeuners!!) de oversteek waagden en naar Engeland kwamen, zijn om de één of andere reden de Zigeuners NOOIT de andere kant op gegaan. Toen sommige Ierse reizigers terugkeerden naar hun thuisland namen ze dit Cob- type als werkpaard mee terug. Zoals zo vaak echter kunnen alle theorieën en verhalen rond de Zigeuners nooit echt hard worden gemaakt en zal alles altijd wel tot speculaties blijven leiden. Het C-type, de Romany Cob, mag dan van alle Roma types het voordeligst in de aanschaf zijn, het is dit type dat het meeste werk verricht en ook het paard waarop de Zigeunerkinderen leren rijden.

Share by: